Sinds afgelopen week duikt er een claim op in je tijdlijn die je scoopje ineens een stuk minder onschuldig laat lijken: creatine zou kanker helpen verspreiden. De bron is een studie in Nature Communications, en de koppen die eromheen geschreven zijn, zijn een stuk dramatischer dan het onderzoek zelf. Tijd om uit te zoeken wat er werkelijk staat, en wat dat betekent voor het bakje in je keukenkastje.
Wat de onderzoekers precies deden
Een team publiceerde in Nature Communications een studie over hoe creatine inwerkt op megakaryocyten, de cellen in je beenmerg die bloedplaatjes aanmaken. Bij muizen zagen ze dat extra creatine via het transporteiwit SLC6A8 wordt opgenomen door deze cellen, waarna een signaalroute (creatinekinase B, gevolgd door het eiwit STAT5B) bloedplaatjes activeert. Die geactiveerde plaatjes bleken kankercellen in de bloedbaan beter te beschermen: tegen de druk van de bloedstroom, tegen het afweersysteem, en bij het settelen in ander weefsel. Muizen met tumoren die extra creatine kregen, vertoonden meer uitzaaiingen dan muizen zonder die aanvulling. Het gaat hier nadrukkelijk om diermodellen waarbij de tumor al aanwezig was voordat de creatine werd toegediend, niet om gezonde dieren die spontaan kanker ontwikkelden door het supplement.
Dat is een interessante en zorgvuldig opgebouwde bevinding. Het is ook, en dat is precies waar de koppen de mist ingaan, geen bewijs dat een gezonde man die drie gram creatine per dag neemt daarmee zijn kankerrisico verhoogt.
Het menselijke deel van de studie was piepklein
Ergens in het onderzoek zit ook een test met mensen, en die wordt in veel artikelen genoemd zonder de context erbij. Elf gezonde vrijwilligers kregen twintig gram creatinemonohydraat per dag, veertien dagen lang. Dat is fors meer dan de gangbare onderhoudsdosis van drie tot vijf gram. De onderzoekers maten daarna alleen biomarkers voor bloedplaatjesactivatie in het bloed van deze deelnemers. Niemand van hen had kanker, er werd geen tumorgroei gemeten, en niemand is langdurig gevolgd. Het zegt iets over een mechanisme in het lab, niet over wat er in je lichaam gebeurt als je na het sporten een shake drinkt.
Geassocieerd met is iets anders dan veroorzaakt door
Ook de onderzoekers zelf presenteren dit als een mechanistische ontdekking bij muizen, niet als een klinische waarschuwing. Vakmedia die de studie becommentarieerden, wezen erop dat de koppen de conclusies flink oprekken: het gaat om diermodellen met al aanwezige tumoren, niet om gezonde mensen die aan spieropbouw doen. Dat onderscheid verdwijnt zodra een claim viraal gaat, en zo ontstaat overdreven angst voor een supplement terwijl het onderliggende bewijs nog in de eerste fase zit.
Je zag hetzelfde patroon al bij de NAD+-hype: een paar veelbelovende celstudies werden vertaald naar marketingclaims die het lab nooit heeft gemaakt. Bij creatine gebeurt nu het omgekeerde: een voorzichtige labbevinding wordt vertaald naar een paniekclaim die de studie evenmin heeft gemaakt.
Waarom dit soort koppen zo hard binnenkomen
Een studie over megakaryocyten en creatinekinase-signaalroutes leent zich niet voor een pakkende kop, dus wordt hij vertaald naar iets dat wel scrolt: "creatine en kanker" in dezelfde zin. Tegen de tijd dat het bij jou op je tijdlijn belandt, is de nuance ("bij muizen", "met al aanwezige tumoren", "bij zeer hoge dosering") vaak al drie keer weggeknipt. Dat is geen samenzwering, het is gewoon hoe wetenschapsjournalistiek onder tijdsdruk werkt: het mechanisme is het minst interessante deel van het verhaal, de angst is het meest interessante deel.
Het helpt om bij dit soort nieuws altijd dezelfde drie vragen te stellen: is er getest bij mensen of bij dieren, hoe hoog was de dosering vergeleken met wat jij zelf gebruikt, en is er gekeken naar een daadwerkelijk gezondheidseffect of alleen naar een tussenstap in een signaalroute. Bij deze studie is het antwoord op alle drie vragen: niet bij gezonde mensen, veel hoger dan gangbaar, en alleen een tussenstap. Dat betekent niet dat het onderzoek waardeloos is, het betekent alleen dat het te vroeg is om er conclusies aan te verbinden voor jouw shakebeker.
Wat decennia aan onderzoek al wél laat zien
Creatine is een van de best onderzochte supplementen die er zijn, met honderden studies over veiligheid bij langdurig gebruik. De gangbare zorgen (nierschade, uitdroging, haaruitval) worden in gecontroleerd onderzoek bij gezonde mensen telkens niet bevestigd bij normale doseringen. Grote overzichtsstudies laten juist zien dat creatinemonohydraat, gecombineerd met krachttraining, meetbaar bijdraagt aan spierkracht. Dat verandert niet door één nieuwe muizenstudie over een heel ander mechanisme. Wel is het slim om, zoals bij elk supplement, niet blind te vertrouwen op de hype eromheen. Ook de claims over creatine als brainbooster bleken bij nader inzien een stuk bescheidener dan de marketing beweert.
Wie twijfelt of een supplement de moeite waard is, kijkt sowieso het beste eerst of het een probleem oplost dat hij daadwerkelijk heeft. Bij elektrolytenpoeders geldt vaak: leuk, maar voor de gemiddelde sportschoolganger niet noodzakelijk. Creatine is daarin juist een uitzondering: het is een van de weinige supplementen waarvan het effect stevig is aangetoond, in tegenstelling tot de meeste hypes op deze lijst.
Dit doe je morgen gewoon weer met je scoopje
Voor een gezonde man zonder kankerdiagnose verandert deze studie niets aan het advies: drie tot vijf gram creatinemonohydraat per dag, elke dag, ongeacht of je die dag traint. Heb je kanker gehad of een verhoogd risico in je familie, dan is het nooit een slecht idee om nieuw onderzoek te bespreken met je arts, dat geldt voor elk supplement. Maar laat een kop op social media je niet wegjagen bij het supplement met het sterkste bewijs van de hele sportvoedingsmarkt. Scroll liever door naar de studie zelf dan naar de tiende paniekerige reactie eronder.