Loop een willekeurige sportschool binnen en je hoort het gesprek vroeg of laat vallen: NAD+. Niet creatine, niet whey, maar drie letters die tot voor kort alleen in biochemieboeken stonden. Nu staan ze op potjes van vijftig euro in de badkamerkastjes van vrienden die "gewoon iets langer jong willen blijven". Tijd om uit te zoeken of dat geld goed besteed is.
Wat NAD+ eigenlijk is
NAD+ staat voor nicotinamide-adenine-dinucleotide, een molecuul dat elke cel in je lichaam nodig heeft om energie te maken. Zonder NAD+ stoppen je mitochondriën, de energiefabriekjes in je cellen, gewoon met werken. Het probleem: de hoeveelheid NAD+ in je lichaam daalt met de jaren, en dat wordt in verband gebracht met vermoeidheid, langzamer herstel en veroudering in het algemeen.
Supplementfabrikanten verkopen daarom geen NAD+ zelf, dat molecuul overleeft de spijsvertering niet, maar bouwstenen ervoor: NMN (nicotinamide mononucleotide) en NR (nicotinamide riboside). Die stofjes moet je lichaam eerst omzetten voordat er iets van NAD+ overblijft.
Waarom iedereen er opeens over praat
De markt voor mannen-supplementen groeit hard, en NAD+-precursors horen bij de snelst groeiende categorie, samen met producten voor mitochondriaal herstel en cognitieve functie. Biohackers en bekende gezichten uit de wellness-wereld posten al jaren over NAD+-infusen, en die aandacht sijpelt nu door naar gewone capsules die je gewoon online bestelt. De wereld van supplementen voor sporters verandert continu, maar zelden zo snel als de laatste twee jaar met NAD+.
Het verhaal is aantrekkelijk: slik een pil, herstel je energiehuishouding, voel je jonger. Precies het soort belofte waar een dertiger die net zijn eerste grijze haren ontdekt, gevoelig voor is.
Wat het onderzoek écht laat zien
Hier wordt het minder feestelijk. Onderzoek naar NAD+-precursors bij mensen laat consistent zien dat NMN en NR de hoeveelheid NAD+ in je bloed verhogen. Dat mechanisme werkt dus wel. Maar of die hogere NAD+-waarde ook daadwerkelijk leidt tot meer energie, beter herstel of een langer leven, is een heel andere vraag. Een recente wetenschappelijke review naar NAD+-precursoren bij veroudering concludeert dat de effecten op spierkracht, uithoudingsvermogen en andere meetbare gezondheidsuitkomsten wisselend zijn en vaak niet significant. De meeste studies zijn bovendien klein, met minder dan veertig deelnemers, en lopen maar een paar weken tot maanden.
Met andere woorden: je NAD+-niveau gaat omhoog, maar niemand kan je op dit moment garanderen dat je daar iets van merkt. Dat is precies hetzelfde patroon dat we eerder zagen bij creatine voor cognitieve prestaties, waar de belofte groter was dan het bewijs.
De rekening die niemand laat zien
Een maand NMN of NR van een beetje bekend merk kost al snel zestig tot honderd euro. Op jaarbasis praat je over een bedrag waarmee je ook een paar keer per maand naar een goede sportmasseur kunt, of een deel van een fitnessabonnement kunt betalen. Voor een supplement met bewezen mechanisme maar onbewezen effect op hoe je je daadwerkelijk voelt, is dat een fors bedrag om structureel te blijven uitgeven.
Vergelijk dat met iets als magnesium, waar steeds meer mannen 's avonds naar grijpen: een potje kost een paar euro per maand en het werkingsmechanisme voor slaap en spierherstel is veel beter onderbouwd.
Waar je je geld en aandacht beter aan besteedt
Het Voedingscentrum benadrukt al jaren dat de meeste gezonde volwassenen hun voedingsstoffen prima uit gewone voeding halen, en dat voedingssupplementen bedoeld zijn als aanvulling, niet als vervanging van een gevarieerd eetpatroon. Voor de energie en het herstel waar NAD+-verkopers mee adverteren, blijven de basisfactoren nog altijd het hardst bewezen: genoeg slaap, voldoende eiwitten, regelmatige beweging en niet te veel alcohol.
Dat klinkt minder spannend dan een molecuul met een sciencefiction-naam, maar het is precies waarom het werkt: het kost geen honderd euro per maand en de wetenschap erachter staat al decennia overeind.
Wat je hiermee doet als je het toch wil proberen
Niemand houdt je tegen om NAD+-precursors uit te proberen, het risico op schade is bij normale doseringen laag. Zie het alleen niet als een garantie op meer energie of een langer leven, maar als een experiment met je eigen lichaam waarvan de uitkomst onzeker is. Houd voor jezelf bij hoe je je voelt na vier tot zes weken, en wees eerlijk als het antwoord "eigenlijk niet anders" is. Dat is precies wat de wetenschap tot nu toe ook laat zien.